arrow_drop_up arrow_drop_down
2 juni 2020 

De balans tussen geven en nemen

De balans tussen geven en nemen

Geef je in het leven meer dan je bereid bent om te ontvangen? Of ontvang je juist liever? Veel mensen geven veel liever dan dat ze nemen. In de huidige maatschappij wordt geven beloond, maar er is ook moed voor nodig om echt te kunnen ontvangen.

Veel geven is comfortabel. De meeste mensen doen liever iets voor een ander dan voor zichzelf. Maar zelfs dan is het eigenlijk puur eigenbelang. Als jij iets voor een ander doet, dan krijg je daar een goed gevoel voor terug. Je hebt dan geen schuldgevoel dat je bij iemand in de min staat. Integendeel, je krijgt het gevoel dat je een krediet hebt opgebouwd en dat de ander bij jou in de schuld staat.

Als jij het idee hebt dat anderen bij jou in de min staan, is dat heel comfortabel leven. Het is een fijne gedachte, maar ook een egoïstische. Het menselijk brein is in de kern ook egoïstisch. Je denkt altijd eerst aan je eigen overleven en je eigen geluk. Pas als dat overleven zeker is, dan komt het sociale aspect en ga je meer voor anderen doen. Als je aan veel mensen iets geeft, draagt dat bij aan je eigen overleven en eigen geluk. In je achterhoofd kun je dan denken: er gaat ooit een dag komen dat je het weer terug gaat krijgen.

Belangeloos geven

Het altruïsme om steeds maar belangeloos te blijven geven, bestaat eigenlijk bijna niet. Je ziet het in de praktijk regelmatig terugkomen. Een succesvolle ondernemer heeft het eerste deel van zijn leven keihard gewerkt om financieel onafhankelijk te worden. Daarna wil hij iets teruggeven aan de wereld. Hij richt een fonds op om iets te gaan doen in derdewereldlanden. Dat geeft een goed gevoel. Het gevoel om iets bij te dragen aan een betere wereld.

Maar geef je om te geven of om de erkenning te krijgen? Als jij geld geeft aan een goed doel en daar je naam bij zet, zodat iedereen het kan zien, hoe gul was dat gift dan echt? Ging het je erom dat je andere mensen echt iets wilde geven of ging het ook voor een deel om de erkenning die je van je omgeving zou krijgen voor de donatie die je hebt gedaan?

Denk daar eens over na. Van alle donaties die je in je leven hebt gedaan en alle cadeaus die je hebt gegeven. Hoe belangrijk vond je het toen dat je daar de erkenning voor kreeg?

Bij het opzetten van de Loorbach Foundation was er enige twijfel over de naam. Uiteindelijk is daar wel voor gekozen. Door deze promotie is het mogelijk om de stichting veel groter te maken dan als de stichting een anonieme naam zou hebben. De stichting krijgt zo meer slagkracht en kan een grotere impact maken. In dit geval heiligt het doel de middelen. Het blijft lastig om in dit soort situaties de balans te vinden.

Het is bijna onmogelijk om echt 100% belangeloos te geven. Als jij er maar een goed gevoel van krijgt dat je iets hebt gegeven, dan was het eigenlijk al niet helemaal belangeloos.

De balans tussen geven en ontvangen

Het eerste wat je moet doen om de goede balans tussen geven en ontvangen te vinden, is eens na te denken over hoe onbaatzuchtig je eigenlijk geeft. Zit er toch nog een behoefte of verlangen achter om iets terug te krijgen? Misschien is het wel egoïstischer om te blijven geven dan je in eerste instantie zou willen toegeven. Hoe moeilijk het ook is, het is belangrijk om hierover eerlijk naar jezelf te zijn.

Als je beter wilt omgaan met de (dis)balans tussen geven en nemen, is het een goede eerste stap om erover te gaan praten. Wissel niet alleen maar gedachten uit, maar ook gevoelens. Het kan heel goed dat je je gefrustreerd voelt in relaties, omdat je heel erg veel geeft en hier een verborgen verlangen achter hebt.

Bespreek ook eens met anderen hoe zij de balans tussen geven en nemen ervaren. Als je dit gesprek aangaat met mensen, zul je meteen merken dat er meer gelijkwaardigheid in de relatie komt.

Geven of ruilhandel?

Als je meer geeft dan je ontvangt en daardoor het gevoel krijgt dat je energie op raakt, dan geef je niet belangeloos. Je verwacht er iets voor terug. Het is in dit geval niet een kwestie van geven, maar meer van ruilhandel. Wat je ervoor terugkrijgt is in jouw ogen minder waard dan wat je hebt weggegeven. Als het jou energie kost, betekent dat dat jij achteruit bent gegaan in de transactie.

De vraag die je jezelf dan moet stellen is: wat had je terug willen hebben? Wat mis je precies? Als je weet wat je had willen terug hebben, is het de tweede belangrijke vraag om jezelf te stellen of die persoon ook in staat is om dat jou te geven. In de zakenwereld werkt het ook zo. Je kunt wel zaken doen met een ander bedrijf in de hoop dat zij jou datgene gaan betalen dat je wilt hebben, maar als zijn het niet hebben, dan kun je het product wel leveren, maar komt de betaling niet. Emotioneel werkt dat hetzelfde. Als een ander niet het karakter of de middelen heeft om jou te geven wat jij nodig hebt, dan is het een verloren strijd die je voert.

Durven ontvangen

Veel mensen vinden het lastig om hulp te ontvangen. Dat heeft te maken met eigenwaarde. Je kunt het zien als een landingsbaan. Als de hulp die je hebt gegeven wordt opgemerkt en gezien, geef jij dan de ruimte om hulp die je terug krijgt te laten landen? Veel mensen hebben het gevoel dat ze het niet waard zijn om te ontvangen. Ze staan er niet voor open en hebben daardoor ook niet het gevoel dat ze iets terugkrijgen.

Het (niet) kunnen ontvangen is iets wat we vaak terugzien bij complimenten. Als iemand je een compliment geeft, bijvoorbeeld ‘Wat zie je er leuk uit’, kan dat voor veel mensen heel lastig zijn om te ontvangen. Dat zegt vaak iets over je eigenwaarde. Al zeggen mensen duizend keer dat je iets goed hebt gedaan, als je het niet kunt ontvangen kun je dat interpreteren alsof je nooit iets krijgt. Misschien krijg je het wel, maar zie je simpelweg niet dat het wordt aangeboden, omdat je je ogen daarvoor sluit. Je gaat dit ontdekken op het moment dat je complimenten gaat geven.

Het klinkt misschien een beetje raar, maar je kunt alleen datgene waarderen wat je in jezelf ook herkent. Als iemand zegt: “Ik vind jou zo wijs”, dat kun je alleen maar opmerken als er iets in jou zit dat er ook zo over denkt. Een mooie manier om te gaan oefenen met geven en ontvangen, is door te beginnen met complimenten en waardering.

Geven en nemen in golven

Accepteer ook dat het kunnen geven en ontvangen in golven gaat. Soms kunnen werkrelaties of persoonlijke relaties een tijdje heel intens en actief zijn. En een tijd later voel je juist het tegenovergestelde. Daar moet je ook niet van schrikken, dat is gewoon hoe het leven is.

Hoe intens en actief een relatie is, hoeft niet eens iets te maken hebben met de hoeveelheid contact. Als je bijvoorbeeld elke week een meeting hebt op kantoor, kan het zo dat er weken achter elkaar weinig goeds tot stand komt, maar dat het een maand later plots weer stroomt. Dat heeft niets te maken met geven en ontvangen, maar met de ruimte die je jezelf en anderen geeft om het in de dynamiek te laten gebeuren.

In het boek ‘On Dialogue’ schrijft David Bohm dat creativiteit ontstaat in de ruimte en dynamiek tussen mensen. Het gaat niet om jou of over de ander of wie er gelijk heeft. Het mooie is om juist de aandacht te richten op de uitwisseling die tussen jullie beiden gebeurt.

Delen om te vermenigvuldigen?

Je hebt hem ongetwijfeld al eens gehoord: je moet delen om te vermenigvuldigen. Heel veel quotes zijn zo uitgemolken dat ze eigenlijk geen waarde meer hebben en dit is er een van. Door deze quote lijkt het alsof het altijd een vooropgezet plan is als je iets deelt. Maar als je alleen maar zou delen als je er zelf beter van wordt, in hoeverre is het dan nog delen?

Het is veel mooier om niet alleen te delen om te vermenigvuldigen, maar simpelweg te delen omdat jij zelf genoeg hebt. Dat is een hele andere uitgangspositie. Zo geef je datgene weg dat je zelf niet nodig hebt, zonder daar direct iets voor terug te verwachten.

Stel, je deelt 10 euro met iemand, in de hoop dat diegene jou later 20 euro terug gaat geven. Dat is delen om te vermenigvuldigen. Dat is ruilhandel. Maar als je iets aan een goed doel geeft, waardevolle informatie over je vak deelt of aandelen van je bedrijf deelt, dan hoeft de ontvanger niet de persoon in kwestie te zijn die jou daar ook direct voor terugbetaalt. Die terugbetaling zou ook heel goed uit een compleet andere richting kunnen komen of op een hele andere manier kunnen terugkomen.

Iets hoeft niet altijd in dezelfde vorm terug te komen. Als je geld weggeeft, hoeft daar niet per se geld voor terug te komen. Er kan bijvoorbeeld ook geestelijke vrijheid voor terugkomen. Je krijgt er een stukje significantie voor terug. En dat is ook een belangrijke waarde, want je wilt jezelf significant voelen.

Als jij iemand anders helpt, dan voel je je significant. Maar als jij door iemand anders geholpen wordt, dan voel je je niet zo significant. Daardoor willen mensen van nature vaak geen hulp terughebben. En dan kom je weer terug op de kwestie waar we het de hele tijd over hebben: ‘Ik geef meer dan dat ik terugkrijg, want ik laat het ook niet toe.”

Denken in overvloed

Een goede manier om met de disbalans tussen geven en nemen om te gaan, is door eens uit te zoomen. Bijna alle problemen ontstaan doordat je teveel bent ingezoomd op een persoon of situatie. Als je uitzoomt, ga je het grote geheel meer zien.

Soms hoor je van mensen: “Kon mijn vader of moeder maar één keer tegen mij zeggen dat hij of zij van mij houdt.” Het kan heel goed zijn dat dit nooit gaat gebeuren. Sommige mensen kunnen hier hun hele leven teleurgesteld over blijven. Zelfs in erfenissen gaat dit door, soms zelfs generaties lang. Als je vooral ziet wat je niet hebt gekregen, dan wordt datgene steeds groter. De frustratie neemt zo alleen maar toe.

Zoom eens uit. Kijk ook eens wat je in de rest van je leven nog hebt gekregen, in welke vorm dan ook. Daar is sowieso een grote overvloed. De vraag is alleen of je dat wilt en kunt zien. Een goede houding om aan te nemen, is om dagelijks vooral te gaan zien wat je wel hebt in plaats van wat je niet hebt. Dan houd je je ook niet zo bezig met wat je hebt gegeven of gekregen, want je krijgt constant, in allerlei vormen. Naarmate je het meer toelaat in je leven, ga je je steeds gelukkiger en blijer voelen.

Het is zo fijn om te kunnen voelen dat je zonder reden al zoveel ontvangt. Zodra je dit gaat beseffen, kun je ook zonder reden al blij zijn. Dat geeft een ontzettend rijk gevoel. Vanuit dat rijke gevoel is er nooit een gedachte van tekort, alleen maar van overvloed.

Wanneer geef je te veel?

Een oude Chinese spreuk luidt (vrij vertaald): “Waarom haat je me? Ik heb je toch niet geholpen?” Als je mensen te veel helpt, ontneem je ze de mogelijkheid om in hun eigen kracht te gaan staan. Dat is wat er met de spreuk wordt bedoeld. Vaak is het goed bedoeld, maar door problemen voor anderen op te lossen, ontneem je ze de mogelijkheid om hun eigen creativiteit te gebruiken en oplossingen te bedenken.

Binnen het bedrijfsleven zie je deze situatie ook heel vaak. We denken vaak voor onze medewerkers. Op die manier gaat er heel veel creativiteit verloren. Dat is natuurlijk het laatste wat je wilt. Durf daarom te vertrouwen dat het leven uiteindelijk overvloedig is en dat je alleen maar hoeft te ontvangen.

Er schuilt een gevaar in constant meer blijven geven dan dat je terugkrijgt. Als je niets terugkrijgt, ga je vervolgens nog meer geven. Want op een gegeven moment wil je gewoon een keer dat compliment of die erkenning krijgen.

Hoe meer je iemand helpt, des te meer gaat diegene bij jou in de min staan. Op een gegeven moment wordt de schuld onbetaalbaar. Het wordt voor de andere persoon onmogelijk om dat toe te gaan geven. Op het moment dat je zegt: “Dankjewel, jij hebt mij zoveel geholpen dat ik je nooit kan terugbetalen”, dan geef je toe dat iemand je heeft geholpen en dat is heel moeilijk. Het is daarom een beter idee om mensen wat minder te gaan helpen. Daar ga je waarschijnlijk meer dankbaarheid voor terugkrijgen.

Reactie plaatsen