Hoe leer je een nieuwe gewoonte aan?
02 maart 2021 
10 min. leestijd

Hoe leer je een nieuwe gewoonte aan?

Hoe leer je een nieuwe gewoonte aan?

“Als ik iets lees of zie wat ik inspirerend vind, bijvoorbeeld een boek over persoonlijke ontwikkeling of een documentaire, ben ik gemotiveerd om iets aan mijn leven te veranderen en te groeien. Maar vervolgens ga ik gewoon weer verder met wat ik al deed en sijpelt die inspiratie weg. Hoe zet je die inspiratie om in implementatie?”

We (her)kennen dit verhaal van onze luisteraar allebei goed.  Nadat je een inspirerende training of seminar hebt bijgewoond, ben je mega enthousiast om dingen anders te doen. Je hebt het gevoel dat je leven voor altijd is veranderd is.

Maar de volgende dag ga je gewoon weer normaal doen. Zoals je altijd al deed. Het is ontzettend frustrerend. Maar hoe komt dat nu?

Waarom nieuwe gewoontes aanleren zo moeilijk is

Laten we eerst eens teruggaan naar de anatomie van het brein. Als je rond de 35 jaar bent, ligt 95% van je gedrag vast. Waarom is dat? Als levend wezen heb je maar één belangrijke taak: instandhouding van de soort. Een paar honderd jaar geleden was dat niet zo vanzelfsprekend, want mensen werden niet veel ouder dan 50 jaar.

Door de technologie, onze leefwijze, onze hygiëne, onze gezondheidszorg zijn we in staat om twee keer zo lang te leven dan de meeste mensen voor ons. Biologisch en fysiologisch gezien zat het er rond je 40e op.

Een andere reden dat je na je 35e niet zo makkelijk meer een nieuwe gewoonte leert, is dat de natuur niet aan energieverspilling doet. Als je wilt veranderen, kost dat energie. De natuur verspilt geen energie. De mens is de enige soort die energie verspilt. Er is geen enkele leeuw die in Afrika onder een boom ligt en denkt: “Weet je wat, ik heb wat weinig lichaamsbeweging gehad, laat ik eens 10 kilometer gaan joggen.”

Ben je bereid om energie te steken in je nieuwe gewoonte?

veters, veters strikken, schoen, schoenen, sneakers

Toen je leerde om je veters te strikken, was je er in het begin uren mee bezig om het ene lusje over het andere te leggen. Toen je eenmaal je strikdiploma had, kon je het met je ogen dicht en hoefde je er niet over na te denken. Dat geldt ook voor andere dingen, zoals autorijden en skiën.

We kennen allemaal wel voorbeelden van dingen die veel energie kostten om iets te leren. Maar nadat ze eenmaal in je systeem zitten, doe je het op de automatische piloot. Dat heeft heel veel voordelen. Je kunt het zien als je neurologische karrenspoor.

Als je iets nieuws wilt leren, moet je nieuwe neurologische paden gaan leggen in je brein. Je weet van tevoren al dat het energie gaat kosten. Het eerste wat je jezelf dan moet afvragen, is of je bereid bent om die energie daar ook in te steken. Veel mensen willen wel de lusten van het enthousiasme, maar niet de lasten van het uiteindelijke actie nemen.

Een tijdje terug had Albert een gesprek met Pieter van den Hoogenband. Hij vertelde tijdens dat gesprek dat hij zes tot acht uur per dag in het zwembad lag om uiteindelijk tot in finesse die driehonderdste van een seconde het verschil te maken tussen brons en goud. Als je iets wilt, moet je constant bereid zijn om daar energie in te stoppen.

Ben jij bereid om dingen anders te gaan doen? Dan moet je al super gemotiveerd zijn en die motivatie ook weten vast te houden. Uiteindelijk moet je de eerste stap zetten, de eerste vonk aanwakkeren en die zuurstof blijven geven. Heb je die bereidheid?

Nieuwe gewoonte aanleren? Begin klein

Nadat je de bereidheid hebt gevonden om iets te veranderen, zul je de volgende stap zetten. Kun je een dagelijkse gewoonte of ritueel vinden waar je je nieuwe gewoonte vlak naast kunt leggen?

Tonny heeft bijvoorbeeld de gewoonte dat hij weinig groenten eet. Het eerste wat hij dan nodig heeft, is het verlangen en de motivatie om wél groentes te gaan eten. Bijvoorbeeld dat hij zich realiseert dat groentes bijdragen aan zijn gezondheid. Die motivatie is nodig, want je gaat pas iets doen als de pijn of het belang groot genoeg is.

Wanneer je begint met meer groenten eten, gaat het niet werken als je jezelf dwingt om in één keer een hele krop sla naar binnen te werken. Je amygdala (het orgaan in je limbisch systeem dat je probeert te behoeden voor gevaar) gaat protesteren.

Als je moeite hebt met voldoende groenten eten, kan dat komen doordat er ergens in je leven een weerstand is ontstaan tegen groentes. Misschien propten je ouders vroeger een bordje spinazie bij je naar binnen met het idee dat het gezond voor je was. Pedagogisch is dat prima verantwoord, maar uiteindelijk krijg je het tegenovergestelde effect.

Wanneer er ergens in je limbisch systeem een weerstand zit tegen groentes, helpt het niet als je dat groot gaat aanpakken. Houd het in plaats daarvan superklein. Bijvoorbeeld door één of twee lepels groene smoothie naar binnen te werken. Dat is een hele kleine stap.

Zoals Albert altijd zegt: “Maak het groot genoeg om vooruit te komen, maar klein genoeg om je amygdala niet wakker te maken.” Wil je meer gaan bewegen, maar beweeg je nooit? Wen er dan aan om vanuit de bank één keer op te staan en weer te gaan zitten. En om het vervolgens nog een keer te doen. Dat zijn de eerste stappen. Ook al lijkt het nu nog heel klein, op de lange termijn geeft het resultaat.

Hoe zorg je dat iets een gewoonte wordt?

Stappen, stappen zetten, lopen, zinvol leven

Voor het aanleren van een nieuwe gewoonte, heb je in de eerste plaats motivatie nodig. Vervolgens moet je een eerste kleine stap gaan zetten. De volgende stap is om die kleine stapjes te koppelen aan een dagelijks ritueel.

We zitten vol met dagelijkse rituelen. Je sloft ‘s morgens je bed uit, gaat naar het toilet, doet je ochtendritueel en met een beetje geluk poets je je tanden. Je gaat naar je werk en komt thuis van je werk, doet je autogordel om, pakt je fiets, leest je krant en pakt je eerste kopje koffie.

Omdat 95% van ons gedrag onbewust is, zitten we vol met rituelen. Dat komt perfect uit als je een nieuwe gewoonte wilt aanleren. Doe je nieuwe gewoonte gewoon net voordat je een bestaande gewoonte doet.

Dan komen we bij de volgende stap: herhaling. Vanuit de neuropsychologie zijn daar wat tegenstellende berichten over. De een zegt dat het 42 dagen duurt om een gewoonte aan te leren, de ander zegt 66 dagen en weer een ander zegt 100 dagen. Het punt van al deze onderzoeken is: het heeft tijd nodig om een nieuw pad in je brein te leggen.

Om een gewoonte aan te leren, moet je hem aaneengesloten blijven volhouden. Dus ook in het weekend. Je kunt jezelf extra motiveren door ergens een kalender op te hangen en elke dag een kruisje te zetten als je de gewoonte hebt uitgevoerd. Ook zijn er meerdere apps beschikbaar die je kunt gebruiken om je gewoonte bij te houden.

Als je je nieuwe gewoonte een paar dagen overslaat, gaan de neuronen zich weer terugtrekken. Die moeten juist naar elkaar groeien en uiteindelijk een klik maken. Als je iets 66 dagen aaneengesloten herhaalt, kun je ervan uitgaan dat het in je systeem zit. Dat geldt voor elke gewoonte die je wilt aanleren.

Gewoontes aanleren binnen je bedrijf

Misschien wil je een gewoonte niet zomaar in je eigen leven, maar juist in je bedrijf invoeren. Binnen veel bedrijven ontbreekt het aan ritme en regelmaat. Daar gaan veel mensen de mist mee in.

Een gewoonte die je kunt toevoegen, is bijvoorbeeld een dagelijks kort overleg. Tijdens een stand-up meeting geeft iedereen even een update van waar hij mee bezig is en wat de focus wordt voor die dag. De ervaring van Albert is dat zoiets enorm bijdraagt aan het bedrijfsresultaat.

Het grootste geheim achter de groei van het bedrijf van Tonny is eigenlijk heel saai: consistentie. Hij heeft al jarenlang hetzelfde bedrijf, dezelfde website, hetzelfde product, hetzelfde verdienmodel en dezelfde weggever. Elke maand maakt hij het een stukje beter of groter.

Consistentie is bestaansrecht. Als iets niet consistent is, bestaat het niet. Dan behoort het tot het verleden. Dan heb je het maar één keer gedaan. Dat is met goede gewoontes ook zo.

Vier je successen

feest, champagne, viering, succes

Het probleem met nieuwe gewoontes aanleren, is dat we het vaak te groot maken. Dan moet het op wilskracht en is het moeilijk om er een gewoonte van te maken.

In veel gevallen is de associatie met wat een gewoonte je brengt verkeerd. Stel dat je nooit sport. Dan kun je sporten associëren met: pijn, lijden, zweten en moe worden. Je denkt aan die keer dat je ging hardlopen en het helemaal niet meer zag zitten. Daardoor zie je ontzettend op tegen het sporten.

Maar wat als het anders zou zien? Na het sporten voel je je vaak ultiem gelukkig. De hormonen gieren door je lijf. Als je dat gevoel kunt verbinden aan jouw associatie met sporten, kijk je er voortaan elke dag naar uit. Gun die associatie tijd en focus er heel bewust op. Dat doe je door het moment dat je na het sporten heel trots op jezelf bent extra hard te vieren.

Stel je eens voor… na een klein rondje van 500 meter rennen, voel je je geweldig over jezelf. Je krijgt meteen zin om de volgende week nét een stukje verder te rennen, bijvoorbeeld 750 meter. Zo kun je een gewoonte opbouwen en houd je het leuk voor jezelf.

Je successen vieren is de laatste stap in de serie aan stapjes die je nodig hebt om positieve gewoontes te creëren. Je lijf vraagt om positieve neurotransmitters, zoals endorfine en dopamine. Deze krijg je alleen als je je successen ook fysiek viert. Als je lijf voelt: ‘wow, dit geeft een goed gevoel’. Zo creëer je een positieve verslaving. Dat is wat je wilt. Je moet een nieuwe verslaving voor jezelf creëren om de gewoonte aantrekkelijk te houden en ermee door te gaan.

Samen met anderen een nieuwe gewoonte aanleren

Misschien kom je er bij sommige gewoontes achter dat je eigen wilskracht je in de weg zit. Hoe klein je het ook aanpakt. In dat soort gevallen kan het helpen om de gewoonte samen met iemand anders op te pakken. Voor Tonny werkt het heel goed om een personal trainer in te huren. Dan staan zijn trainingen in zijn agenda en weet hij zeker dat hij gaat sporten.

Soms moet je kunnen toegeven dat je de wilskracht niet hebt om een bepaalde gewoonte op te pakken. Durf dat te accepteren. Als je iets heel graag wilt en het je waarschijnlijk niet in je eentje gaat lukken, kun je er iemand anders bij betrekken. Dan leg je de wilskracht buiten jezelf. Je bouwt zo een stukje sociale controle in en geeft jezelf de garantie dat je de gewoonte gaat doen.

Ook wanneer je een gewoonte samen met iemand anders oppakt, kun je het heel klein houden. Misschien wil je meer gaan lezen. Dan kun je met je partner afspreken om allebei elke avond een kwartiertje te gaan lezen. Als de ander het gaat doen, dan moet jij ook. Als je dat maar lang genoeg volhoudt, is het vanzelf een gewoonte.

Reactie plaatsen

Meer artikelen over persoonlijke groei