Helpen medicijnen bij een depressie?
09 juli 2013 
2 min. leestijd

Helpen medicijnen bij een depressie?

Heb je een depressie? Dan wil je daar natuurlijk zo snel mogelijk vanaf. Want, die sombere, neerslachtige, uitzichtloze gevoelens en gedachten verpesten je levenslust. In zo’n situatie zou het natuurlijk fijn zijn als je met een pilletje je depressie zo weer te boven zou zijn.

En inderdaad er zijn medicijnen die je bij een depressie kan gebruiken, de zogenaamde antidepressiva. Alleen werken die middelen niet als een antibioticakuur die ervoor zorgt dat je binnen een week beter bent. Vaak moet je antidepressiva langdurig innemen om de depressieve klachten te verminderen of te laten verdwijnen. Over hoe medicijnen bij een depressie werken en wanneer je effect mag verwachten. Dus: Helpen medicijnen bij een depressie?

Tegenwoordig zijn er diverse medicijnen voorhanden om een depressie te bestrijden. De oudste antidepressiva dateren uit de jaren vijftig vorige eeuw en bestaan uit de zogenaamde tricyclische antidepressiva en de MAO-remmers. Deze middelen worden nauwelijks nog voorgeschreven, want er is inmiddels een nieuwe generatie antidepressiva ontwikkeld. Deze medicijnen werken expliciet in op de neurotransmitters in je hersencellen, zoals de stofjes serotonine en noradrenaline. Zo hebben de SSRI’s invloed op het serotoninegehalte. De SNRI’s werken zowel in op de stofwisseling van serotonine en op die van noradrenaline en tot slot zijn er de NARI’s, die het noradrenalineniveau regelen.

De nieuwe generatie antidepressiva werkt als volgt. Wanneer je kampt met een depressie heb je een gebrek aan bepaalde stofjes in je hersencellen. Deze stofjes –neurotransmitters – zijn verantwoordelijk voor het overbrengen van bepaalde boodschappen. Twee van deze stofjes, namelijk serotonine en noradrenaline, beïnvloeden je stemming. Zijn er veel van deze twee stoffen aanwezig en actief tussen de hersencellen? Dan zorgt dat ervoor dat je je blijer en vrolijker voelt. Zijn er te weinig stofjes actief dan kun je depressief worden. Het slikken van de medicijnen tegen een depressie regelt dat de serotonine en noradrenaline worden aangevuld en hun werk als boodschapper beter kunnen doen. Dus door de antidepressiva in te nemen voel je je na enige tijd prettiger in je vel zitten en ga je weer beter functioneren.

Om de medicijnen bij een depressie succesvol te laten zijn, spelen verschillende factoren een rol.

  • Zo is het zaak dat het juiste middel wordt voorgeschreven en de dosering wordt bepaald. Omdat er verschillende soorten antidepressiva zijn is het soms moeilijk te voorspellen welk middel helpt. Een medicijn dat bij de een effectief is, kan bij een ander niet werken. Het vinden van de juiste medicatie vergt soms enige tijd.
  • Vervolgens is het niet zo dat je met antidepressiva al binnen enkele dagen resultaat hebt, zoals met antibiotica wel het geval is. Vaak duurt het 2 tot 4 weken voor de eerste signalen van verbetering optreden.
  • Tot slot vergt het slikken van antidepressiva therapietrouw. Artsen adviseren de medicijnen minimaal 6 tot 9 maanden te slikken. Ook al zijn je klachten eerder minder of verdwenen. De reden is onder andere om te voorkomen dat de depressie terugkomt. Immers, een antidepressivum onderdrukt de klachten van een depressie, maar geneest de aandoening niet. Vandaar ook dat medicijnen bij een depressie vaak worden gecombineerd met psychotherapie. Ook de duur dat je medicatie moet innemen, hangt af van onder andere de ernst van de depressie, aanleg en ook andere psychische en omgevingsfactoren. Sommige mensen slikken jarenlang antidepressiva om een nieuwe depressie tegen te gaan.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat zo’n 70% van de gebruikers van antidepressiva baat heeft bij de medicatie; de depressie vermindert of verdwijnt helemaal. Daarentegen is er ook een grote groep, die vaak binnen 4 weken na het starten van de behandeling stopt. De reden daarvoor is het uitblijven van merkbare verbeteringen op korte termijn en/of de bijwerkingen van de antidepressiva. Meestal treden in het begin van de behandeling – gedurende de eerste 2 tot 4 weken – de bijwerkingen op, zoals: sufheid, slaperigheid, droge mond, verstopping, overmatig transpireren, wazig zien, hartkloppingen, verminderde zin in seks, trillingen en onrust. Doorgaans verdwijnen of verminderen de bijwerkingen na enige tijd.

Meer artikelen over persoonlijke groei