arrow_drop_up arrow_drop_down
8 januari 2020 
in Geluk

Waarom werken goede voornemens niet?

Waarom werken goede voornemens niet?

Het nieuwe jaar ligt als een blanco bladzijde voor ons. Veel mensen besluiten dingen rigoureus te gaan veranderen, omdat het nu eenmaal 1 januari is. Maar je belandt toch weer redelijk snel in je oude gewoontes. Maar hoe komt het eigenlijk dat goede voornemens over het algemeen niet werken?

Ondanks dat het elk jaar opnieuw niet lukt om ze te halen, zijn er nog altijd veel mensen die goede voornemens hebben. Op de een of andere manier hebben ze het idee dat het ze wel gaat lukken. Je hoort, leest en ziet deze tijd ontzettend veel over goede voornemens. Daarom gaan we het juist van de andere kant bekijken: waarom je je goede voornemens waarschijnlijk niet haalt.

De afgelopen dagen hebben we van heel veel mensen de beste wensen gekregen. Je hoort dingen als: “Maak van 2020 het beste jaar ooit!” Maar waarom moet het allemaal zo overdreven? Doe gewoon lekker je ding en als je wat dingen wilt verbeteren, scherp het dan aan. Want je hoeft echt niet van de een op de andere dag een ander persoon te worden.

Hoe goed passen goede voornemens bij je?

De doelen die mensen op 1 januari voor zichzelf stellen zijn vaak geen doelen die echt bij ze passen. De doelen zijn 9 van de 10 keer te groot. Mensen willen ineens een perfect lichaam hebben. Op Instagram hebben ze de meest prachtige foto's van mooie lijven gezien en denken dat ze dat ook moeten realiseren.

Begin eens met jezelf afvragen of een doel echt bij je past. Je kunt je waarschijnlijk makkelijk inbeelden om miljonair te worden, dat je het huis van je dromen hebt of plots de ideale baan vindt. Maar wat je jezelf ook kunt afvragen: als het je vorig jaar niet gelukt is, waarom zou het dan op 1 januari wel gaan lukken? Wat ga je in je gedrag veranderen waardoor het nu wel gaat gebeuren.

Kies een doel dat bij je past en maak het niet te ver buiten je comfort zone. Als een doel te ver uit je comfort zone ligt, gaat je amygdala opspelen. Dat kleine orgaantje in je brein gaat alarm slaan en geeft aan dat het teveel tijd, geld en energie gaat kosten om iets te gaan doen. Je brein wil zo je lichaam in balans houden en vooral niet te veel veranderen.

Zijn jouw goede voornemens helder genoeg?

Mensen formuleren hun doelen vaak te vaag. We stellen doelen als ‘Ik wil gelukkiger worden', ‘Ik wil meer mezelf zijn', ‘Ik wil nog meer tijd voor mezelf'. Maar wat houdt dit precies in? Alle tijd die je hebt, die is al van jezelf. Het is dus onmogelijk om meer tijd voor jezelf te hebben.

In plaats van je voornemens vaag formuleren, kun je beter bedenken wat het voor je betekent. Wat betekent meer tijd voor jezelf voor jou? Dat verschilt van persoon tot persoon. Zo is er voor veel mensen ook een hele dunne grens tussen werktijd en privétijd.

Tijd voor jezelf hoeft niet te betekenen dat je in je eentje op een bank naar een muur zit te kijken. Voor sommige mensen betekent tijd voor zichzelf om lekker alleen te zijn, voor sommigen betekent het lekker Netflixen of muziek luisteren. Maar het kan ook sporten zijn. Hoe tijd voor jezelf er voor jou uitziet, is heel persoonlijk. Het is hetgeen waarvan je op dat moment denkt: hier heb ik het meeste zin in om nu te gaan doen, zonder druk van een ander.

Je tijd en energie indelen

Nog iets essentieels waar veel mensen de mist in gaan bij het bedenken van hun goede voornemens is dat ze het veel te groot maken. Je kunt op ieder moment kiezen om iets te doen wat op dat moment bij je past. Het ene moment ga je lekker thee zetten voor jezelf, omdat je daar zin in hebt. De andere keer heb je zin om te gaan wandelen en weer een andere keer heb je misschien zin om jezelf extreem op je business te richten. Misschien heb je zin een e-mail te schrijven of iets te creëren in welke vorm dan ook. Maar doe dat van moment tot moment.

Het indelen van tijd en energie is waar het voor veel mensen misgaat met hun goede voornemens. Er is geen tijd voor werk en privé. Er is maar één tijd en dat is jouw tijd. Je kunt je tijd het beste per moment bepalen.

Om deze reden heeft Albert zijn jaar ingedeeld in grote blokken. In deze blokken plant hij de dingen die hij in ieder geval wil doen. Quality time voor zichzelf in het buitenland met reizen, een mooi klimaat en graag ook nog intensief met iemand werken, want zijn hart als coach blijft nog steeds intens kloppen. Ook maakt hij ruimte voor quality time met dierbaren om zich heen, dus zijn kinderen en vrienden. En daarnaast is er tijd om in het moment te kijken wat het beste past.

Kies voornemens binnen de mogelijkheden die je hebt

Iedereen heeft wel te maken met verplichtingen en dingen die je mogelijk tegenhouden om bepaalde voornemens te behalen. Kies daarom voor een doel dat past binnen de mogelijkheden die je op dat moment hebt.

Je kunt bijvoorbeeld tegen financiële beperkingen aanlopen. Het is niet zomaar voor iedereen weggelegd om drie maanden in Bali te zitten. Maar er zijn ook veel mogelijkheden binnen de financiën en tijd die je hebt. Ook je gezin en werk kunnen beperkingen opleggen, maar er blijven ook veel mogelijkheden.

Als je in loondienst werkt, wordt het bij de meeste bedrijven nog geacht dat je van 9 tot 5 aanwezig bent. Maar daarbuiten is nog steeds heel veel tijd. Uiteindelijk werk je maar 20% van je leven. Ondernemers werken misschien iets meer, omdat zij altijd aan het werk zijn. Maar uiteindelijk vallen de duren die je werkt best mee.

Waarom jij je goede voornemens niet volhoudt

Bij de meeste goede voornemens gaat het mis doordat het doel dat je jezelf stelt niet goed bij je past of te abstract is. Je wilt gezonder worden, meer tijd voor jezelf, meer op vakantie. De meeste lijstjes van de gemiddelde Nederlander komen wel overeen. Met oud en nieuw schrijven we dat lijstje en op iedere vakantie schrijven we hetzelfde lijstje: “Als ik terug ben, ga ik weer meer sporten, gezonder eten, meer boeken lezen en meer van mijn leven maken.”

Nadat je een week of twee terug bent, ben je alweer in je oude patronen vervallen. Dat is heel normaal. Wat je vaak ziet, is dat we niet één concreet ding aanpakken. In plaats van dat we één onderdeel van ons leven iets willen veranderen, willen we meteen alles omgooien. Dat werkt vaak niet.

Iets anders wat je tegenhoudt om je goede voornemens vol te houden, is dat je niet precies weet hoe de verandering eruit gaat zien. Je hebt het nog niet tastbaar gemaakt hoe je leven eruit gaat zien als je veranderd bent. Dat maakt het heel lastig.

Maak het klein

De meeste mensen maken hun goede voornemens veel te groot. Ze stellen geen reële deadlines voor zichzelf. Ze hebben wel een idee van iets wat ze graag anders willen zien, maar hebben nog geen idee wanneer ze die verandering dan gerealiseerd hebben. Zo houd je het te vaag.

Het werkt beter om je doelen klein te houden en tussendoelen te stellen. Deze kleine doelen kun je al binnen een week voor jezelf realiseren. In plaats van in één keer succesvol bedrijf op te zetten, kun je het verdelen in tussendoelen als: je website vullen, een tekst schrijven of drie klanten bellen. Als je aan deze reële doelen vervolgens een passende tijd verbindt, kun je veel beter de focus houden voor jezelf dan wanneer je doelen vaag zijn.

Voel de connectie met je toekomstige zelf

In je huidige staat van zijn, voel je nog geen connectie met je toekomstige staat van zijn. Temperal self discontinuity noemen ze dat ook wel in de psychologie. Als je de connectie met je toekomstige ik nog niet voelt, kan het lastig zijn om je goede voornemens vol te houden en deze persoon ook echt te worden.

Laten we er een simpel voorbeeld bijpakken: je wilt fitter worden en meer gaan sporten. Als jij het belangrijk vind om fit te zijn, dan hoef je dat niet binnen een week al te bereiken. Je kunt gaan zorgen dat je vanaf nu elke maand iets fitter wordt dan de maand ervoor. Dit is makkelijker om vol te houden dan wanneer je in één keer je hele levensstijl omgooit.

Als je een keer heel fit bent geweest en je valt daarna weer terug, dan is het makkelijker om de draad weer op te pakken. Je wilt weer net zo fit zijn als dat je was. Je hebt daar een soort van referentiekader voor. Je weet hoe je je voelde en je weet dat je je beter voelde. Je voelt je nu minder goed, dus je gaat weer aan de slag en je weet ook hoe je daar weer moet komen.

Het is moeilijker als je je niet kan verplaatsen in je toekomstige staat van zijn. Je weet dan niet hoeveel blijer en energieker je je toen voelde. Het wordt dan een stuk abstracter. Je kunt natuurlijk op wilskracht op 1 januari beginnen met elke dag sporten. Maar die wilskracht ebt op een gegeven moment weg. Dat komt doordat je nog geen gevoel hebt met wie je uiteindelijk graag zou zijn.

Neurologische paden leggen in je brein

Als je iets ervaart, creëert dat neurologische paden in je brein. Hierop kun je steeds weer terugvallen. Als je een bepaalde ervaring nog niet hebt gehad, dan heb je ook de paden daarvoor nog niet in je brein. Je kunt dan nog niet verwachten dat er een compleet neuraal netwerk voor je klaar ligt wat je in de juiste staat van zijn brengt.

Om die paden langzaam aan te leggen, moet je elke dag opnieuw kleine stapjes zetten. Zo gaan de neuronen langzaam maar zeker naar elkaar groeien. Uiteindelijk wordt het een patroon in je brein, zodat je er in de toekomst makkelijker op kunt terugvallen.

Je kunt je brein letterlijk trainen en bewust nieuwe paden aanleggen. Stel, je bent gewend elke ochtend meteen naar de koffieautomaat te lopen op kantoor. Naast de koffiezetautomaat staat een snoepautomaat en je hebt de gewoonte daar elke ochtend iets uit te halen. Als je dat maar lang genoeg doet, wordt het een soort van olifantenpad in je brein. Dan loop je binnen de kaders waar die olifant de hele tijd doorheen gebanjerd heeft. Dan wordt het heel moeilijk om dat pad af te gaan.

Je kunt ook nieuwe paden creëren. De geleerden zijn het er niet helemaal over eens hoe lang dat duurt, maar gemiddeld is het tussen de 30 dagen en 42 dagen. Sommigen zeggen zelfs 66 dagen. Dat is het tijdspad dat je aaneengesloten moet doorlopen. Dat aaneengesloten is een belangrijk detail. Mensen hebben doordeweeks nog wel de motivatie om een nieuwe gewoonte uit te voeren, maar in het weekend niet.

Doordeweeks heb je stappen in de richting van je doel gezet en daardoor zijn de neuronen naar elkaar toe aan het groeien. In één keer stop je ermee, omdat het zaterdagochtend is. Op maandag denk je: misschien is het ook nog wel goed om dinsdag weer te beginnen. Zo zijn er al snel drie dagen voorbij waarin je je gewoonte niet deed. Je moet hierdoor eigenlijk weer opnieuw beginnen om die 42 of 66 dagen ook echt vol te maken.

De makkelijkste manier voor gedragsverandering

De makkelijkste manier om een nieuwe gewoonte aan te leren, is om deze te koppelen aan een bestaande gewoonte die je al hebt. Als mensen zitten we vol met patronen. Om 10 uur gaan we koffie drinken, om 8 uur kijken we het journaal. Zomaar wat voorbeelden van wat mogelijke patronen zijn. Als je goed kijkt, zul je zien dat het leven vol zit met patronen.

Je maakt het jezelf makkelijk door je nieuwe patroon vlak naast een oud patroon te leggen.  Je hebt een bestaand pad en vlak naast dat pad leg je een nieuwe gewoonte. Dit herhaal je tussen de 42 en 66 dagen. Dan en niet anders komt er een nieuw karrenspoor in je brein. Hierdoor wordt het ook veel makkelijker om de draad weer op te pakken als je een keer bent afgehaakt.

Maak nieuwe gewoontes leuk voor jezelf

We zeggen niet voor niets: ‘de macht der gewoonte'. In gewoonte schuilt macht. Met de juiste gewoontes, kun je uit automatisme het goede doen. Als je een nieuwe gewoonte wilt aanleren en het is iets wat je voorheen niet deed, dan is het waarschijnlijk iets wat je niet heel veel plezier gaf. Of het nu sporten, gezond eten, meer lezen of iets anders is. Als je het de afgelopen jaren niet hebt gedaan, gaat de gewoonte blijkbaar niet vanzelf. Je vond het niet leuk of je had er een bepaalde negatieve associatie bij.

Je maakt het je makkelijker door juist een positieve associatie te koppelen aan je gewenste gewoonte. Stel, je wilt gaan hardlopen of sporten. Hoewel je je na het sporten waarschijnlijk geweldig voelt, heb je daar nog geen associatie mee. Je denkt eerder aan de negativiteit die je tijdens het sporten ervaart als het zwaar is of als je moe bent. Daarom moet je ook moeite doen om de deur uit te stappen en gewoon te gaan.

Op zo'n moment denk je: ‘Ik ga nu iets vervelends doen en daarna mag ik trots op mezelf zijn.' Maar als je 66 dagen lang elke dag sport, dan merk je op een gegeven moment dat dat gaat mixen. Dat de positiviteit van na het sporten bijna verslavend wordt en dat je dat gaat associëren met die taak. Dan ga je vervolgens uitkijken naar het feit dat je weer mag gaan sporten.

Houd het vooral eenvoudig om je goede voornemens vol te houden. Zet je sportschoenen alvast bij de voordeur en houd het heel laagdrempelig. Begin te lopen, ook al is het tot aan de lantaarnpaal en weer terug. Maak het niet te groot voor jezelf. Je zult dan geen goed voornemen nodig hebben om toch het maximale uit jezelf te halen tijdens het nieuwe jaar 2020.

Reactie plaatsen